Toelichting op de geconsolideerde Staat van Baten en Lasten over 2025
Baten
|
Staat van Baten en Lasten (M€) - Baten geconsolideerd |
Realisatie 2025 |
Begroting 2025 *) |
Realisatie 2024 |
|||||
|
3.1.1 |
Rijksbijdragen OCW |
321,4 |
313,8 |
310,8 |
||||
|
3.3.4 |
Collegegelden sector WO |
40,2 |
37,9 |
37,8 |
||||
|
3.4 |
Baten werk voor derden |
131,9 |
138,6 |
119,6 |
||||
|
3.4.1 |
Contractonderwijs |
1,4 |
1,9 |
|||||
|
3.4.2 |
Contractonderzoek |
126,8 |
116,1 |
|||||
|
3.4.2.1 |
Internationale organisaties |
34,2 |
30,5 |
|||||
|
3.4.2.2 |
Nationale overheden |
34,8 |
24,1 |
|||||
|
3.4.2.3 |
NWO |
37,1 |
37,0 |
|||||
|
3.4.2.5 |
Overige non-profit organisaties |
2,8 |
3,3 |
|||||
|
3.4.2.6 |
Bedrijven |
17,9 |
21,2 |
|||||
|
3.4.5 |
Overige baten werk i.o.v. derden |
3,7 |
1,6 |
|||||
|
3.5 |
Overige baten |
34,2 |
37,7 |
34,7 |
||||
|
3.5.1 |
Verhuur |
9,8 |
9,8 |
|||||
|
3.5.2 |
Detachering personeel |
4,2 |
4,1 |
|||||
|
3.5.4 |
Sponsoring |
0,3 |
0,1 |
|||||
|
3.5.9 |
Opbrengst catering |
1,7 |
1,7 |
|||||
|
3.5.10 |
Overige baten - overig |
18,2 |
19,0 |
|||||
|
Totaal baten |
527,7 |
528,0 |
502,9 |
|||||
- *begrotingscijfers zijn niet beschikbaar op hetzelfde detailniveau als dat de jaarrekening is opgesteld.
|
3.5.10 |
Overige baten - overig (M€) geconsolideerd |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
|
Cursussen en congressen |
1,7 |
1,0 |
|
|
Bijdrage aan studentenvoorzieningen |
0,7 |
0,6 |
|
|
Doorberekende energie |
1,6 |
2,8 |
|
|
Kennisvalorisatie, etc. |
14,2 |
14,6 |
|
|
Totaal overige baten |
18,2 |
19,0 |
Rijksbijdrage
De inkomsten uit Rijksbijdrage vallen M€ 7,6 hoger uit dan begroot. Dit is deels het gevolg van de ontvangen loon-prijscompensatie van M€ 3,4. Verder is een niet begroot bedrag van M€ 2,8 ontvangen voor werkdruk en talentbeleid en heeft voor M€ 4,2 niet begrote vrijval plaatsgevonden van op de balans geparkeerde gelden voor sectorplannen en starters- en stimuleringsbeurzen ter dekking van in 2025 gedane uitgaven. Deze gelden voor sectorplannen en starters- en stimuleringsbeurzen zijn in voorgaande jaren ontvangen en op de balans geparkeerd, teneinde baten en lasten in hetzelfde jaar te verantwoorden.
Ten opzichte van 2024 zijn de inkomsten uit Rijksbijdrage met M€ 10,6 gestegen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verwerking van de niet-normatieve middelen die ontvangen zijn voor sectorplannen en starters- en stimuleringsbeurzen. In 2024 is hiervoor een bedrag van M€ 10,5 uit de exploitatie gehaald en op de balans geparkeerd. Daarentegen is in 2025 een bedrag van M€ 4,2 van de balans naar de exploitatie terug overgeheveld ter dekking van gedane uitgaven. De toegekende reguliere Rijksbijdrage in 2025 valt M€ 2,2 lager uit dan in 2024 het geval was.
Collegegelden
Voornamelijk door een verhoging van ca 11% van de instellingstarieven collegegeld voor masterprogramma’s vallen de inkomsten uit collegegelden M€ 2,3 hoger uit dan begroot en M€ 2,4 hoger dan gerealiseerd in 2024.
De inkomsten uit collegegelden zijn als volgt te verdelen over wettelijk tarief en instellingstarief:
|
Uitsplitsing collegegelden (M€) |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
|
Wettelijk tarief collegegelden |
22,9 |
22,7 |
|
Instellingstarief collegegelden |
17,3 |
15,1 |
|
Totaal collegegelden |
40,2 |
37,8 |
Omzet werk voor derden
De omzet werk in opdracht van derden komt in 2025 op M€ 131,9 uit en ligt daarmee M€ 6,7 lager dan de begrote omzet van M€ 138,6. Deze daling is een gevolg van lagere out-of-pocket uitgaven aan extern gefinancierde projecten.
In vergelijking met het jaar 2024 is de omzet met M€ 12,3 toegenomen. Met name extra middelen van de nationale overheid (M€ 10,7, onder meer nationaal groeifonds), extra inkomsten van internationale organisaties (M€ 3,7, met name EU-subsidies) en hogere overige baten werk in opdracht van derden (M€ 2,1) veroorzaken deze omzetstijging. Daarentegen vallen de inkomsten uit onderzoeksprojecten voor bedrijven (M€ 3,3), contractonderwijs (M€ 0,5) en overige non-profit organisaties (M€ 0,5) lager uit dan in 2024.
De laatste jaren heeft een verschuiving in de omzet werk in opdracht van derden plaatsgevonden, waarbij een steeds groter deel van de omzet vanuit nationale overheden en NWO komt. Reden hiervoor zijn de toekenningen vanuit het nationaal groeifonds waar de gemiddelde toekenning hoger ligt dan bij andere projecten door de ruimte voor investeringen in apparatuur. Door het stopzetten van nieuwe nationaal groeifondsprojecten, zullen de baten hiervan in de komende jaren ook weer teruglopen.
Overige baten
In 2025 zijn overige baten gerealiseerd voor een bedrag van M€ 34,2 (2024: M€ 34,7). In onderstaande tabel wordt een nadere specificatie gegeven:
|
Overige baten (M€) |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
|||
|
3.5.1 |
Verhuur onroerend goed |
9,8 |
9,8 |
||
|
3.5.2 |
Detachering personeel |
4,2 |
4,1 |
||
|
3.5.4 |
Sponsoring |
0,3 |
0,1 |
||
|
3.5.9 |
Opbrengst catering |
1,7 |
1,7 |
||
|
3.5.10 |
Overige |
18,2 |
19,0 |
||
|
- Cursussen en congressen |
1,7 |
1,0 |
|||
|
- Bijdrage aan studentenvoorzieningen |
0,7 |
0,6 |
|||
|
- Doorberekende energie |
1,6 |
2,8 |
|||
|
- Dienstverlening, doelsubsidie, leermiddelen |
14,2 |
14,6 |
|||
|
Totaal overige baten |
34,2 |
34,7 |
|||
Ten opzichte van 2024 zijn de overige baten M€ 0,5 lager. Voornamelijk de inkomsten uit doorberekende energie (M€ 1,2) zijn in 2025 lager dan in 2024. Daarentegen zien we een stijging in de inkomsten uit congressen en cursussen (M€ 0,7). De overige baten vallen M€ 3,5 lager uit dan begroot.
Lasten
|
Staat van Baten en Lasten (M€) - |
Realisatie 2025 |
Begroting 2025 *) |
Realisatie 2024 |
|||||
|
4.1 |
Personeelslasten |
372,5 |
377,9 |
372,4 |
||||
|
4.1.1 |
Lonen en salarissen |
351,1 |
341,7 |
|||||
|
4.1.1.1 |
Brutolonen en salarissen |
275,1 |
263,9 |
|||||
|
4.1.1.2 |
Sociale lasten |
38,9 |
37,7 |
|||||
|
4.1.1.5 |
Pensioenpremies |
37,1 |
40,1 |
|||||
|
4.1.2 |
Overige personele lasten |
21,4 |
30,7 |
|||||
|
4.1.2.1 |
Mutaties personele voorzieningen |
3,5 |
12,0 |
|||||
|
4.1.2.2 |
Personeel niet in loondienst |
10,8 |
9,6 |
|||||
|
4.1.2.3 |
Overige |
7,1 |
9,1 |
|||||
|
4.2 |
Afschrijvingen materiële vaste activa |
29,0 |
29,5 |
28,3 |
||||
|
4.3 |
Huisvestingslasten |
28,5 |
37,0 |
33,2 |
||||
|
4.3.1 |
Huur |
1,8 |
2,7 |
|||||
|
4.3.2 |
Verzekeringen |
0,7 |
0,7 |
|||||
|
4.3.3 |
Onderhoud |
6,6 |
6,1 |
|||||
|
4.3.4 |
Energie en water |
7,6 |
12,7 |
|||||
|
4.3.5 |
Schoonmaak |
5,2 |
4,7 |
|||||
|
4.3.6 |
Heffingen |
3,1 |
2,6 |
|||||
|
4.3.8 |
Overige |
3,5 |
3,7 |
|||||
|
4.4 |
Overige lasten |
74,0 |
84,1 |
77,4 |
||||
|
4.4.1 |
Administratie- en beheerslasten |
26,2 |
26,7 |
|||||
|
4.4.2 |
Inventaris en apparatuur |
14,2 |
11,2 |
|||||
|
4.4.5 |
Overige lasten - overig |
33,6 |
39,5 |
|||||
|
Totaal lasten |
504,0 |
528,5 |
511,3 |
|||||
- *Begrotingscijfers zijn niet beschikbaar op hetzelfde detailniveau als dat de jaarrekening is opgesteld.
|
4.1 |
Gemiddelde personeelsformatie (fte) geconsolideerd |
Realisatie 2025 |
Begroting 2025 |
Realisatie 2024 |
|
WP |
2.299 |
2.281 |
2.266 |
|
|
OBP |
1.468 |
1.524 |
1.562 |
|
|
Totaal formatie |
3.767 |
3.805 |
3.828 |
De volgende honoraria van de controlerend accountant zijn ten laste gebracht van de universiteit, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.
|
4.4.1 |
Specificatie accountantskosten (k€) |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
|
Honorarium onderzoek jaarrekening |
426,8 |
380,2 |
|
|
Honorarium andere controleopdrachten |
193,3 |
296,2 |
|
|
Honorarium fiscale adviezen |
0,0 |
0,0 |
|
|
Honorarium andere niet-controlediensten |
123,2 |
100,9 |
|
|
Totaal accountantskosten |
743,3 |
777,3 |
De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening van het betreffende boekjaar.
|
4.4.5 |
Overige lasten - overig (M€) geconsolideerd |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
|
Boeken en tijdschriften |
3,5 |
3,5 |
|
|
Technische materialen, drukwerk, etc. |
13,7 |
12,7 |
|
|
Grondstoffen |
0,5 |
0,5 |
|
|
Reis- en verblijfkosten |
8,2 |
9,4 |
|
|
Uitbesteed werk |
6,4 |
10,2 |
|
|
Beurzen |
0,9 |
-0,6 |
|
|
Huur, onderhoud apparatuur, etc. |
4,1 |
3,8 |
|
|
Pro rata - teruggaaf 2022 t/m 2024 |
-3,7 |
0,0 |
|
|
Totaal overige lasten |
33,6 |
39,5 |
Personele lasten
De personele lasten vallen M€ 5,4 lager uit dan begroot. Het niet of later invullen van vacatures heeft lagere lasten voor bruto salarissen en af te dragen sociale lasten tot gevolg. Verder is er minder personeel tijdelijk ingehuurd. Hier tegenover staat dat er meer lasten aan personeel zijn besteed door de per 1 juli 2025 van toepassing zijnde cao met bijbehorende loonstijging (2,0% en een vast bedrag van € 100 per maand) en een éénmalige bruto-uitkering.
In vergelijking met 2024 laten de totale personele lasten een stabiel beeld zien, maar is er wel sprake van onderlinge lastenverschuivingen. Zo zijn de brutolonen en sociale lasten M€ 12,4 hoger uitgevallen dan in 2024 het geval was, voornamelijk door de loonstijging en éénmalige bruto-uitkering vanuit de nieuwe cao. Verder zijn de lasten van personeel niet in loondienst M€ 1,2 hoger dan in 2024 als gevolg van extra inhuur om het vertrek van personeel op te vangen. Daarentegen vallen de dotaties aan personele voorzieningen M€ 8,5 lager uit, voornamelijk doordat in 2024 één grote reorganisatievoorziening gevormd moest worden. Verder zijn de pensioenpremies (M€ 3,0) en overige personele lasten (M€ 2,0) lager uitgevallen dan in 2024.
Afschrijvingen
De afschrijvingslasten materiële vaste activa zijn met M€ 29,0 iets lager uitgevallen dan het voor 2025 begrote bedrag van M€ 29,5. In relatie tot het jaar 2024 vallen de afschrijvingslasten M€ 0,7 hoger uit, met name als gevolg van de oplevering van gebouw Cube.
Huisvesting
In 2025 zijn de huisvestingslasten M€ 8,5 lager uitgevallen dan begroot. Met name de lasten voor energie en water en de lasten voor onderhoud zijn lager dan waarmee in de begroting rekening was gehouden.
Ten opzichte van 2024 zijn de huisvestingslasten met M€ 4,7 gedaald. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere lasten voor elektriciteit en gas door een daling van energietarieven (M€ 5,1) en door lagere lasten voor huur (M€ 0,9). De lasten voor schoonmaak (M€ 0,5), wettelijke heffingen (M€ 0,5) en onderhoud (M€ 0,5) daarentegen zijn gestegen ten opzichte van 2024.
De geconsolideerde huisvestingsratio komt uit op 9%, hetgeen 1% lager is dan in 2024. De ratio ligt hiermee onder de streefwaarde van maximaal 12% die de universiteit als norm hanteert. Voor het bepalen van de huisvestingsratio wordt de som van de huisvestingslasten en afschrijvingen gebouwen en terreinen gedeeld door de totale lasten.
Overige lasten
De overige lasten vallen in 2025 M€ 10,1 lager uit dan begroot. Ten behoeve van extern gefinancierde projecten zijn minder lasten gemaakt, hetgeen ook tot uiting is gekomen in een lagere omzet werk in opdracht van derden. Verder is er voor M€ 3,7 minder uitgegeven aan reiskosten, beheerskosten en aanschaf materialen.
In vergelijking met 2024 vallen de overige lasten M€ 3,4 lager uit. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere lasten voor uitbesteed werk (M€ 3,8), teruggaaf pro rata btw uit voorgaande jaren die destijds in de lasten terecht zijn gekomen (M€ 3,7) en lagere reis- en verblijfkosten (M€ 1,2). Daarentegen vallen in vergelijking met 2024 de lasten voor aanschaf inventaris/apparatuur M€ 3,0 hoger uit, is er voor M€ 1,5 meer aan beurzen uitgekeerd en is er voor M€ 1,0 meer aan technische materialen uitgegeven.
Financiële baten en lasten
|
6 |
Financiële baten en lasten (M€) geconsolideerd |
Realisatie 2025 |
Begroting 2025 |
Realisatie 2024 |
|
6.1 |
Rentebaten |
3,4 |
0,2 |
7,1 |
|
6.2 |
Rentelasten |
-1,3 |
-2,7 |
-0,5 |
|
Totaal financiële baten en lasten |
2,1 |
-2,5 |
6,6 |
|
|
8 |
Resultaat op deelnemingen |
0,9 |
0,0 |
-2,1 |
|
9 |
Aandeel derden in het resultaat |
0,0 |
0,0 |
0,1 |