Investeren met publieke middelen in private activiteiten

Inleiding

Deze verantwoording geeft inzicht in de aard en omvang van de activiteiten waarbij de Universiteit Twente (UT) publieke middelen inzet in private activiteiten. De verantwoording is opgesteld in lijn met de geldende beleidsregel Investeren met publieke middelen in private activiteiten en heeft tot doel transparantie te bieden over deze inzet.

Kader en uitgangspunten

Onder private activiteiten worden verstaan activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de UT worden uitgevoerd en die niet tot de wettelijke taak van de UT kunnen worden gerekend. Investeringen met publieke middelen in dergelijke activiteiten zijn toegestaan indien deze:

  • plaatsvinden in lijn met de wettelijke taak;

  • aantoonbare meerwaarde hebben voor de kwaliteit van de uitvoering van die taak;

  • proportioneel zijn in relatie tot de publieke middelen die worden ingezet;

  • worden uitgevoerd tegen ten minste integrale kostprijs of een marktconform tarief; en

  • positieve resultaten ten gunste komen van het publieke eigen vermogen van de UT en worden ingezet ter ondersteuning van de wettelijke taak.

De UT hanteert als uitgangspunt dat activiteiten worden uitgevoerd tegen ten minste integrale kostprijs of een marktconform tarief. Afwijkingen hiervan vinden uitsluitend plaats indien deze passen binnen de doelstellingen van de instelling en binnen de organisatie expliciet worden afgewogen. Positieve en negatieve resultaten uit deze activiteiten worden verwerkt in het publieke eigen vermogen van de UT en betrokken bij de reguliere monitoring en beoordeling van de activiteiten.

De identificatie van publiek-private activiteiten vindt plaats op basis van een brede inventarisatie binnen de organisatie, gevolgd door interne verificatie en aansluiting met de financiële administratie om de volledigheid te waarborgen. In 2025 heeft de UT de bestaande uitgangspunten, verantwoordelijkheden en beheersmaatregelen voor publiek-private activiteiten nader vastgelegd in een interne notitie. Deze notitie ondersteunt de toepassing van de beleidsregel binnen de bestaande governance-, mandaat- en planning- en controlstructuur en beschrijft de werkwijze voor identificatie, beoordeling, tariefstelling, monitoring, risicobeheersing en verantwoording. Daarmee is het binnen de UT gehanteerde beleid en beheer rond deze activiteiten aantoonbaar vastgelegd.

De governance en risicobeheersing van publiek-private activiteiten zijn ingebed in de reguliere sturings- en verantwoordingslijnen van de UT. De verantwoordelijkheid voor uitvoering, monitoring en beheersing ligt bij de betreffende faculteit, dienst of eenheid waar de activiteit organisatorisch is belegd. Daarbij wordt gestuurd op aansluiting bij de wettelijke taak, rechtmatigheid, doelmatigheid, naleving van tariefuitgangspunten, financiële resultaten en beheersing van financiële, juridische en reputatierisico’s. Afwijkingen of bijzondere risico’s worden binnen de reguliere mandaat-, escalatie- en planning- en controlstructuur beoordeeld en opgevolgd. De specifieke juridische en organisatorische inbedding, verantwoordelijkheidstoedeling, beheersing en meerwaarde worden per activiteit toegelicht.

Overzicht publiek-private activiteiten

De UT onderscheidt de volgende categorieën publiek-private activiteiten:

  • Leven Lang Ontwikkelen

  • Contractonderzoek

  • Sport & cultuur

  • Doorbelasting energie, verhuur en onderhoud ten behoeve van derden

  • Strategische infrastructuur – Nano en TechMed

  • Detachering personeel

  • Niet-bekostigd onderwijs

  • Technocentrum voor Onderwijs en Onderzoek

De onderstaande tabel geeft per categorie inzicht in de totale baten uit private activiteiten, de totale kosten van deze activiteiten, de investering met publieke middelen en het gerealiseerde resultaat. Aangezien geen private middelen zijn ingezet, is de investering met publieke middelen per categorie gelijk aan de totale kosten. Alle bedragen zijn opgenomen in miljoenen euro’s. De totale kosten betreffen de integrale kosten die samenhangen met de uitvoering van de activiteiten. Het resultaat is het verschil tussen totale baten en totale kosten.

Soort activiteit - (in M€)

Totale baten

Totale kosten

Resultaat

Leven Lang Ontwikkelen

3,27

3,05

0,22

Contractonderzoek

12,47

15,60

-3,13

Sport & cultuur

1,79

1,77

0,02

Doorbelasting Energie, verhuur en onderhoud t.b.v. derden

6,30

5,13

1,17

Strategische infrastructuur - Nano en TechMed

2,85

2,14

0,71

Detachering personeel

4,28

4,20

0,08

Niet bekostigd onderwijs

0,69

0,50

0,19

Technocentrum voor Onderwijs en Onderzoek

0,65

0,65

0,00

Toelichting per activiteit

Leven Lang Ontwikkelen

De UT biedt naast regulier bekostigd en niet-bekostigd onderwijs tevens Leven Lang Ontwikkelen (LLO) onderwijs aan. Dit betreft een vorm van permanente educatie voor beroepsprofessionals en andere geïnteresseerden die zich na hun initiële opleiding verder willen ontwikkelen binnen hun vakgebied.

Het is de ambitie van de UT om een duurzaam en concurrerend programma voor Leven Lang Ontwikkelen te ontwikkelen en te onderhouden. Daarmee is LLO een structureel onderdeel van de activiteiten van de UT en vormt het een integraal onderdeel van onderwijs, onderzoek en valorisatie.

De juridische en organisatorische inbedding van Leven Lang Ontwikkelen activiteiten is, op eenzelfde wijze als het reguliere onderwijs, binnen de faculteiten van de organisatie geborgd. De uitvoering vindt plaats binnen de beschikbare expertise en capaciteit van de faculteiten en met ondersteuning van daartoe ingerichte eenheden.

Uitgangspunt is dat deze activiteiten intrinsieke waarde hebben voor de UT en worden aangeboden op basis van beschikbare capaciteit, waarbij toepassing van integrale kostprijs wordt gehanteerd. Binnen de organisatie wordt gestuurd op kostendekkendheid en op het voorkomen van ongeoorloofde inzet van publieke middelen.

De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op financiële resultaten, de inzet van middelen en de omvang van de activiteiten.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het versterken van kennisoverdracht en het bevorderen van permanente educatie, waarmee de maatschappelijke impact en aansluiting van het onderwijs op de beroepspraktijk worden vergroot.

Contractonderzoek

De onderzoeksprojecten die binnen de UT worden uitgevoerd bestaan grotendeels uit publieke activiteiten ten behoeve van de bekostigde wettelijke taak. Dit betreft onder meer onderzoeks- en valorisatieprojecten die worden uitgevoerd voor TKI, NWO en overheden. Een beperkt deel van het onderzoek wordt niet gesubsidieerd en kwalificeert als contractonderzoek.

Contractonderzoek betreft onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van of in samenwerking met private partijen. Deze vorm van onderzoekssamenwerking vindt plaats binnen alle faculteiten van de UT en sluit aan bij de onderzoekstaak van de universiteit. Contractonderzoek draagt bij aan kennisontwikkeling, valorisatie en de versterking van samenwerking met maatschappelijke en economische partners.

De juridische en organisatorische inbedding van contractonderzoek is, net als bij regulier onderzoek, binnen de faculteiten van de UT geborgd. De uitvoering vindt plaats binnen de beschikbare expertise en capaciteit van de faculteiten.

Uitgangspunt is dat contractonderzoek wordt uitgevoerd tegen ten minste integrale kostprijs of een marktconform tarief. Bij projecten waarin sprake is van daadwerkelijke samenwerking kan hiervan, als onderdeel van de onderhandeling en de gemaakte samenwerkingsafspraken, worden afgeweken. Daarbij wordt onder meer betrokken in hoeverre de bijdrage van een derde partij in verhouding staat tot het aandeel in of de rechten op intellectueel eigendom dat binnen het betreffende project wordt gegenereerd.

Binnen de organisatie wordt gestuurd op de financiële resultaten van contractonderzoek en op het voorkomen van ongeoorloofde inzet van publieke middelen. Gegeven de aard van deze activiteiten kunnen resultaten per saldo fluctueren. Een negatief resultaat op projectniveau kan daarbij in specifieke gevallen voortvloeien uit een bewuste inhoudelijke of strategische afweging, mits passend binnen de publieke taak en reguliere governance van de UT. Het negatieve resultaat in 2025 wordt betrokken bij de reguliere monitoring en beoordeling van deze activiteiten. De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op financiële resultaten, contractafspraken en de inzet van middelen.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het versterken van onderzoekscapaciteit, kennisontwikkeling en valorisatie, alsmede door het bevorderen van samenwerking met maatschappelijke en economische partners.

Sport & cultuur

De sport- en cultuurvoorzieningen van de UT maken onderdeel uit van de campusvoorzieningen en zijn primair gericht op studenten en medewerkers. Deze voorzieningen dragen bij aan een aantrekkelijk en stimulerend onderwijs- en werkklimaat. Gebruik van sport- en cultuurvoorzieningen door derden vindt plaats voor zover dit verenigbaar is met de primaire functie van deze voorzieningen en ondersteunend is aan het gebruik van de campus.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten is belegd binnen Campus & Facility Management. De uitvoering vindt plaats binnen deze dienst, die verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van de voorzieningen.

Bij deze activiteiten wordt rekening gehouden met toegankelijkheid en betaalbaarheid voor studenten en medewerkers. Tegelijkertijd wordt gestuurd op een doelmatige exploitatie van de voorzieningen en een evenwicht tussen kosten en baten.

De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op kosten, baten en gebruik van de voorzieningen. Daarbij wordt toegezien op een juiste toerekening van kosten en baten en op het voorkomen van ongeoorloofde inzet van publieke middelen voor activiteiten die niet bijdragen aan de campusfunctie.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het bevorderen van een kwalitatief hoogwaardige leer- en werkomgeving, hetgeen ondersteunend is aan studiesucces en het functioneren van studenten en medewerkers.

Doorbelasting energie, verhuur en onderhoud t.b.v. derden

Op de campus van de UT zijn meerdere panden van derden gesitueerd. Het terrein is in deze gevallen eigendom van de UT, maar het vastgoed dat erop gevestigd is niet. Op de campus is één integraal energienetwerk aanwezig waarvan de UT hoofdcontracthouder is bij de energieleveranciers. De energieconsumptie van derden op de campus wordt één-op-één doorbelast op basis van het werkelijke verbruik en de werkelijke energiekosten.

Naast doorbelasting van energie vindt verhuur plaats van vrijstaande ruimtes op de campus. Dit betreft in de regel partijen die de functionaliteit van de universiteitscampus ondersteunen, zoals spin-offs, studentenverenigingen en campusfaciliteiten. Verhuur van studentenwoningen valt hier niet onder.

Verder is sprake van onderhoud voor panden van derden die op de campus zijn gevestigd. Dit onderhoud valt onder het onderhoudscontract van de UT; de kosten die betrekking hebben op panden van derden worden doorbelast aan de betreffende derde partijen.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten is belegd binnen Campus & Facility Management. Deze dienst is verantwoordelijk voor het beheer van de campusinfrastructuur, de uitvoering van de activiteiten en de doorbelasting aan derden. Het risicobeheer en beleid ten aanzien van deze activiteiten zijn eveneens binnen Campus & Facility Management belegd.

Uitgangspunt bij deze activiteiten is een juiste en transparante toerekening van kosten en baten aan derden. Voor energie en onderhoud wordt aangesloten bij de werkelijke kosten die aan de UT in rekening worden gebracht. Voor verhuur geldt dat deze plaatsvindt voor zover de activiteit bijdraagt aan de functionaliteit en aantrekkelijkheid van de campus.

Binnen de organisatie wordt gestuurd op een doelmatige benutting van de campusinfrastructuur en op het voorkomen van ongeoorloofde inzet van publieke middelen. De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op kosten, baten, doorbelastingen en het gebruik van de voorzieningen.

Deze activiteiten hangen samen met het doelmatig beheer van de campus als integrale onderwijs-, onderzoeks- en werkomgeving. Omdat sprake is van gedeelde campusinfrastructuur, waaronder één integraal energienetwerk, is afzonderlijke aanleg of exploitatie van vergelijkbare voorzieningen door derden niet doelmatig en kan dit het beheer van de campus verstoren. De kosten en baten die samenhangen met het gebruik door derden worden afzonderlijk gevolgd en waar mogelijk op basis van werkelijke kosten transparant doorbelast. De activiteit resulteert per saldo in een positief resultaat. Daarmee is geen sprake is van ongeoorloofde inzet van publieke middelen. Het resultaat blijft beschikbaar binnen de publieke middelen van de UT en draagt daarmee bij aan het beheer en de instandhouding van de campusinfrastructuur.

Strategische infrastructuur – Nano en TechMed

De UT kent twee strategische infrastructuurfaciliteiten: NanoLab en TechMed. Deze faculteitsoverstijgende faciliteiten hebben een unieke positie binnen Nederland en ondersteunen onderwijs, onderzoek, innovatie en valorisatie binnen de UT. Uitgangspunt is om deze infrastructuur waar mogelijk in te zetten voor onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie, waarbij de faciliteiten verschillende doelgroepen, zoals onderzoekers, studenten, samenwerkingspartners en externe partijen, bij elkaar brengen en interactie stimuleren.

NanoLab is een nationale faciliteit op het gebied van onderzoek en analyse op nanoschaal. De activiteiten binnen NanoLab zijn van belang voor het onderwijs en onderzoek van de UT, onder meer doordat studenten en onderzoekers gebruik kunnen maken van hoogwaardige infrastructuur. Het gebruik door commerciële partijen vindt uitsluitend plaats voor zover hiervoor capaciteit beschikbaar is.

TechMed omvat strategische infrastructuur op het gebied van onder meer imagingtechnologie en bio-engineering labs. Deze faciliteiten zijn essentieel voor onderwijs en onderzoek binnen het domein van gezondheidszorg en medische technologie. Beschikbare capaciteit wordt aanvullend ingezet voor activiteiten met derden, zoals zorginstellingen en bedrijven.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten vindt plaats binnen de UT. Het beheer van NanoLab is ondergebracht bij MESA+; NanoLab valt bestuurlijk onder de verantwoordelijkheid van de faculteit EEMCS. Het beheer van de TechMed-faciliteiten is belegd bij het TechMed Centre instituut en valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de faculteit TNW.

Uitgangspunt is dat gebruik door derden plaatsvindt tegen kostendekkende of marktconforme tarieven. Voor NanoLab worden tarieven jaarlijks vastgesteld en gecontroleerd door de accountant. Voor TechMed worden bij gebruik door derden afspraken vastgelegd, bijvoorbeeld via facility sharing agreements of projectafspraken.

Binnen de organisatie wordt gestuurd op een doelmatige benutting van de infrastructuur, het beschikbaar houden van capaciteit voor onderwijs en onderzoek en het voorkomen van ongeoorloofde inzet van publieke middelen. De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op gebruik, kosten, baten, capaciteit en tariefstelling.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het optimaal benutten en versterken van onderzoeksinfrastructuur. De aanwezigheid van deze unieke faciliteiten vergroot de aantrekkingskracht van de UT voor talent, samenwerkingspartners en middelen en ondersteunt de verbinding tussen onderwijs, onderzoek, innovatie en maatschappelijke vraagstukken.

Detachering personeel

De UT detacheert in beperkte omvang personeel tijdelijk aan andere instellingen of organisaties. Deze detacheringen vinden plaats waar dit past binnen de werkzaamheden en expertise van de betrokken medewerker en de belangen van de UT. De hiermee opgedane kennis en ervaring kan worden ingezet bij de uitvoering van de bekostigde wettelijke taak.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten is belegd binnen de faculteiten en diensten van de UT. De uitvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de betreffende faculteit of dienst waar het personeelslid organisatorisch is ondergebracht.

Uitgangspunt is dat voor detachering minimaal een kostendekkend dan wel marktconform tarief wordt gehanteerd. Hiermee wordt geborgd dat de inzet van personeel voor derden niet leidt tot ongeoorloofde inzet van publieke middelen.

Binnen de organisatie wordt gestuurd op een juiste toerekening van personele kosten en baten en op naleving van de geldende uitgangspunten voor tariefstelling. De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op kosten, baten, looptijd en omvang van detacheringen.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het bevorderen van kennisuitwisseling en professionele ontwikkeling van personeel, hetgeen de kwaliteit van onderwijs, onderzoek en ondersteuning daarvan ten goede komt.

Niet-bekostigd onderwijs

Naast Leven Lang Ontwikkelen kent de UT andere vormen van niet-bekostigd onderwijs. Hierbij valt onder meer te denken aan pre-masterprogramma’s en het Twente Pathway College. Deze activiteiten richten zich op deelnemers die niet binnen het reguliere bekostigde onderwijs vallen, maar sluiten aan bij de onderwijsfunctie van de UT.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten is, op eenzelfde wijze als het reguliere onderwijs, binnen de faculteiten van de UT geborgd. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande onderwijsorganisatie en onder verantwoordelijkheid van de betreffende faculteiten.

Uitgangspunt is dat voor deze activiteiten minimaal kostendekkende tarieven worden gehanteerd. Hiermee wordt geborgd dat de uitvoering van niet-bekostigd onderwijs niet leidt tot ongeoorloofde inzet van publieke middelen.

Binnen de organisatie wordt gestuurd op een juiste toerekening van kosten en baten en op naleving van de geldende uitgangspunten voor tariefstelling. De beheersing van risico’s vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op kosten, baten, deelnemersaantallen en de inzet van middelen.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het bevorderen van toegankelijkheid en doorstroom naar het bekostigde onderwijs, hetgeen de instroom en kwaliteit van het onderwijs ondersteunt.

Techno Centrum voor Onderwijs en Onderzoek

Het Techno Centrum voor Onderwijs en Onderzoek (TCO) ondersteunt onderwijs en onderzoek binnen de UT door het ontwikkelen, vervaardigen en onderhouden van experimentele opstellingen, prototypen en instrumenten. Voor zover TCO werkzaamheden uitvoert voor derden, gebeurt dit vanuit beschikbare expertise en capaciteit en in aansluiting op de onderwijs- en onderzoekstaak van de UT.

De juridische en organisatorische inbedding van deze activiteiten vindt plaats binnen de betreffende faculteiten en diensten van de UT. Uitgangspunt is dat de activiteiten worden uitgevoerd tegen ten minste integrale kostprijs of een marktconform tarief. De beheersing vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij wordt gemonitord op kosten, baten, tariefstelling en aansluiting met de wettelijke taak.

Deze activiteiten dragen bij aan de wettelijke taak door het ondersteunen met technische expertise en onderzoeksinfrastructuur. Eventuele resultaten komen ten gunste van het publieke eigen vermogen van de UT en worden ingezet ter ondersteuning van onderwijs, onderzoek en valorisatie.

Universiteit Twente Holding

Universiteit Twente Holding B.V. (UTH) is een 100% dochtermaatschappij van de UT. UTH heeft als doel het genereren van economische en maatschappelijke impact door middel van valorisatieactiviteiten en het ondersteunen van de ontwikkeling en groei van ondernemingen die voortkomen uit kennis en technologie van de UT. UTH is opgericht uit private middelen en beschikt over een afgescheiden privaat eigen vermogen. De resultaten van UTH komen ten gunste van dit private vermogen.

In 2025 bedroegen de totale baten van UTH M€ 12,83 en het resultaat M€ 0,11. De activiteiten zijn gefinancierd uit private middelen. Omdat de activiteiten van UTH vanuit privaat vermogen worden gefinancierd en geen inzet van publieke middelen door de UT betreffen, zijn deze niet opgenomen in het bovenstaande overzicht van activiteiten waarin publieke middelen zijn ingezet. Daarmee wordt in deze verantwoording onderscheid gemaakt tussen activiteiten waarin publieke middelen zijn geïnvesteerd en activiteiten die binnen UTH vanuit privaat vermogen plaatsvinden.