Kwaliteitszorg onderzoek en innovatie

Elke zes jaar vindt een evaluatie plaats van de onderzoekseenheden volgens het landelijke Strategy Evaluation Protocol (SEP 2021-2027). In 2025 vonden midterm-reviews plaats bij de faculteiten BMS en ITC en binnen faculteit EEMCS voor de disciplines informatica en wiskunde. In 4TU verband vond een zelfevaluatie plaats van het programma High Tech for a Sustainable Future (HTSF) II. Organisatorisch was de UT in 2025 betrokken bij de totstandkoming van het herziene SEP-protocol 2027-2033. Binnen de UT sluit de onderzoekskwaliteitszorgcyclus steeds beter aan bij de P&C-cyclus.

Faculteit ET was de enige faculteit die in 2025 een visitatierapport ontving, het stelt:

  • Dat de faculteit een kwalitatief sterke en hechte academische gemeenschap is, met internationaal sterk verbonden onderzoeksgroepen en uitstekende faciliteiten.

  • Fundamenteel en toegepast onderzoek worden effectief gecombineerd, zijn van hoog niveau en hebben een overtuigende maatschappelijke relevantie.

  • De cultuur van collegialiteit en vanzelfsprekende samenwerking binnen de faculteit werd als opmerkelijk positief gewaardeerd.

Ook waren er waardevolle aanbevelingen voor doorontwikkeling:

  • Departementen hebben een gezonde mate van autonomie, een sterkere coördinatie op faculteitsniveau is echter nodig om samenhang en strategische richting te bewaken.

  • De departementoverstijgende onderzoekthema’s hebben hoge potentie, maar een duidelijk mandaat en voor de themaleidersduidelijke mandaat en budget nodig om dit volledig te benutten.

  • De huidige mismatch tussen de onderzoekthema’s en UT’s impact domeinen moet zowel bottom-up als top-down worden aangepakt.

Eind 2025 bracht de landelijke Sectorplancommissie Bèta & Techniek 2 een bezoek aan de UT. De commissie complimenteert de UT met de innovatieve regionale samenwerkingen en met de outreach-activiteiten. Tegelijkertijd vraagt de commissie aandacht voor beheersing van werkdruk, de genderverhouding, het uniformeren van loopbaanbeleid en het consequent toepassen van afspraken over startpakketten en vindt de commissie dat de nieuwe onderzoekers zich als zelfstandige pi’s (principal investigator) moeten kunnen ontwikkelen. Verder is in 2025 het eindverslag sectorplan 1 Bèta & Techniek verschenen.

In 2025 heeft een pilot-evaluatie van de EngD-opleiding plaatsgevonden volgens een nieuw beoordelingsprotocol ontwikkeld door 4TU.SAI. De EngD is een tweejarige post-MSc opleiding (EQF-8) gericht op technologisch ontwerpen in nauwe samenwerking met externe organisaties. De commissie beoordeelt het programma als sterk met hoge designkwaliteit en een zeer goede leeromgeving. Aandachtspunten zijn het explicieter adresseren van discipline-specifiek ontwerpen en AI, het vergroten van nationale zichtbaarheid en samenwerking (incl. MKB en LLO), en waardering van stafinzet.

Omdat reproduceerbaarheid van wetenschappelijke resultaten belangrijk is voor betrouwbare kennisopbouw, is de UT in 2025 lid geworden van het Netherlands Reproducibility Network (NLRN). Dit netwerk, gefinancierd door NWO, biedt onder andere training op dit gebied en mogelijkheden tot uitwisseling van best practices. Reproduceerbaarheid versterkt het vertrouwen in de wetenschap en maakt verdere innovatie mogelijk.

Binnen onderzoek en onderwijs speelt het creëren van maatschappelijke impact een steeds grotere rol. Traditionele 'league table' rankings slagen echter beperkt in het meten hiervan. Toch geven klassieke rankings inzicht in onze positie ten opzichte van andere instellingen, waarvoor nog geen goed alternatief is. QS en THE World University Ranking rangschikken universiteiten wereldwijd op basis van geselecteerde prestaties in onderwijs en onderzoek. De Leiden ranking is gebaseerd op de genormaliseerde citatie-impact van de UT-publicaties.

In verband met de genoemde beperkingen, blijven we experimenteren met rankings. In de QS Sustainability Ranking steeg de UT in 2025 van positie 177 naar 146. Voor het eerst namen we volledig deel aan de THE Impact Ranking en eindigden op een wereldwijde positie tussen 400 en 600. Voor het onderdeel SGD 9 (Industrie, innovatie en infrastructuur) eindigden we opnieuw op een (gedeelde) eerste positie. De UT zal in de toekomst niet meer deelnemen omdat, na een wijziging door THE, een goede positie in de ranglijst slechts met het afnemen van betaalde services mogelijk is. In de nieuwe TIME World’s Top Universities eindigden we op plaats 201. In de EngiRank, een relatief nieuwe Europese ranking voor technische universiteiten zakte de UT een plaats naar een gedeelde nummer 17 van de Europese technische universiteiten.