Financieel jaarverslag
Resultaatontwikkeling
De Universiteit Twente heeft over het verslagjaar 2025 een positief genormaliseerd resultaat van M€ 14,9 gerealiseerd. Het gerealiseerde geconsolideerde totaalresultaat over 2025 is M€ 26,7 positief.
Er was voor het verslagjaar 2025 een geconsolideerd tekort van M€ 3,0 begroot. Het genormaliseerde geconsolideerde resultaat van M€ 14,9 positief is M€ 17,9 hoger dan het begrote tekort. Een hogere dekkingsbijdrage, lagere personele lasten door het niet of later invullen van vacatures, minder uitgaven aan huisvestingslasten en lagere overige lasten zijn de belangrijkste verklaringen van deze resultaatsverbetering.
De opbouw van het gerealiseerde geconsolideerde resultaat van M€ 26,7 positief naar het genormaliseerde geconsolideerde resultaat van M€ 14,9 positief is in onderstaande tabel weergegeven.
|
Normalisatie van het geconsolideerde resultaat (M€) |
2025 |
||
|---|---|---|---|
|
Resultaat volgens jaarrekening |
26,7 |
a |
|
|
Incidentele effecten in resultaat jaarrekening |
|||
|
• Hoger renteresultaat |
4,8 |
||
|
• Afrekening pro rata 2022, 2023 en 2024 |
3,6 |
||
|
• Vrijval reorganisatievoorziening faculteit TNW |
3,2 |
||
|
• Correcties gebaseerd op bevindingen accountantscontrole jaarrekening 2024 |
3,1 |
||
|
• Ontvangen middelen werkdruk en talentbeleid |
2,8 |
||
|
• Additionele Horizon-middelen |
1,1 |
||
|
• Correcties op uitkeringen keuzemodel arbeidsvoorwaarden uit voorgaande jaren |
0,8 |
||
|
• Nagekomen resultaat 2024 Universiteit Twente Holding BV |
0,7 |
||
|
• Uitbetaling verlofuren bij vertrek medewerkers na reorganisatie |
-1,1 |
||
|
• Mutatie verlofkapitalisatie |
-1,1 |
||
|
• Dotatie reorganisatievoorziening faculteit ITC |
-2,1 |
||
|
• Mutaties in personele voorzieningen (ERD-WGA, jubilea, vitaliteitspact, WW/BWNU, transitievergoeding) |
-4,0 |
||
|
Totaal incidentele resultaateffecten |
11,8 |
b |
|
|
Genormaliseerd geconsolideerd exploitatieresultaat 2025 |
14,9 |
c=a-b |
|
Het resultaat 2025 wordt voor M€ 20,1 positief beïnvloed door incidentele posten. Als gevolg van uitstel of vertraging in geplande investeringen, zijn er (tijdelijk) meer liquide middelen beschikbaar. Dit heeft tot een hoger resultaat op de rente geleid dan begroot (+ M€ 4,8). Verder heeft met de belastingdienst afstemming plaatsgevonden met betrekking tot pro rata afrekeningen voor de jaren 2022, 2023 en 2024, resulterend in een niet begrote inkomst van M€ 3,6. Van de per eind 2024 gevormde voorziening ten behoeve van een reorganisatie bij de faculteit TNW is in 2025 een bedrag van M€ 3,2 vrijgevallen, voornamelijk als gevolg van geformaliseerde afspraken en daarmee definitieve bedragen. In vervolg op bevindingen van de controlerend accountant met betrekking tot de jaarrekening 2024 zijn in 2025 correcties op het werk in opdracht van derden uitgevoerd, hetgeen een positief effect van M€ 3,1 op het resultaat heeft. Voor werkdruk en talentbeleid is als onderdeel van de normatieve rijksbijdrage een bedrag van M€ 2,8 in 2025 ontvangen, waarbij de bijbehorende lasten in boekjaar 2026 gemaakt zullen worden. De toekenning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in het kader van Matching Horizon Europe 2025 is M€ 1,1 hoger uitgevallen. In voorgaande jaren gedane uitkeringen in het kader van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden zijn in 2025 verrekend met een openstaand balanssaldo, hetgeen éénmalig een effect van M€ 0,8 positief heeft.
De vaststelling van de jaarrekening van de 100%-dochter Universiteit Twente Holding B.V. vindt plaats na definitieve vaststelling van de jaarrekening van de UT. Hierdoor is het mogelijk dat het definitieve resultaat van de Universiteit Twente Holding B.V. over een boekjaar afwijkt van het resultaat dat geconsolideerd is in de jaarrekening van de UT. Een eventueel verschil wordt in het navolgende boekjaar in de cijfers van de UT verantwoord. Voor 2025 heeft dit een aanvullend incidenteel positief resultaat van M€ 0,7 over boekjaar 2024 opgeleverd.
Tegenover genoemde incidentele meevallers staan incidentele tegenvallers voor een bedrag van M€ 8,3. Van medewerkers die als gevolg van een reorganisatie de universiteit hebben verlaten, zijn openstaande verlofuren uitbetaald voor een bedrag van M€ 1,1. Het totale saldo aan openstaande verlofuren per eind 2025 is nagenoeg gelijk aan de stand per eind 2024, maar door gestegen lonen is de verlofschuld met M€ 1,1 verhoogd hetgeen negatief doorwerkt in het resultaat 2025. Ten behoeve van een aangekondigde reorganisatie binnen de faculteit ITC is een voorziening gevormd ter grootte van M€ 2,1. Tot slot is voor M€ 4,0 aan diverse reguliere voorzieningen gedoteerd.
Ontwikkeling kengetallen
De financiële kengetallen geven het volgende beeld:
|
Financiële kengetallen |
Geconsolideerd |
Enkelvoudig |
UT-Streefwaarde |
||
|---|---|---|---|---|---|
|
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
Realisatie 2025 |
Realisatie 2024 |
||
|
Solvabiliteit 1 |
0,31 |
0,29 |
0,32 |
0,29 |
--- |
|
Solvabiliteit 2 |
0,35 |
0,33 |
0,36 |
0,33 |
0,35 |
|
Liquiditeit (current ratio) |
0,88 |
0,77 |
0,82 |
0,71 |
1,00 |
|
Liquiditeit (quick ratio) |
0,88 |
0,77 |
0,82 |
0,71 |
1,00 |
|
Huisvestingsratio |
0,09 |
0,10 |
0,09 |
0,10 |
max. 0,12 |
|
Weerstandsvermogen |
0,34 |
0,30 |
0,34 |
0,30 |
>0,05 |
|
Rentabiliteit |
4,89% |
-0,36% |
4,97% |
-0,58% |
0,00 |
Solvabiliteit 1 = eigen vermogen / totale vermogen
Solvabiliteit 2 = (eigen vermogen + voorzieningen) / totale vermogen
Liquiditeit (current ratio) = vlottende activa / kortlopende schulden
Liquiditeit (quick ratio) = (vlottende activa – voorraden) / kortlopende schulden
Huisvestingsratio = (huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen) / totale lasten
Weerstandvermogen = eigen vermogen / totale baten
Rentabiliteit = (resultaat gewone bedrijfsvoering / totale baten gewone bedrijfsvoering)
Solvabiliteit
Per eind 2025 bedraagt de solvabiliteit 1 enkelvoudig 0,32 en geconsolideerd 0,31.
Voor de solvabiliteit 2 wordt door de UT een interne bandbreedte van 0,30 tot 0,40 gehanteerd met een streefwaarde van 0,35. De solvabiliteit 2 bedraagt per eind 2025 enkelvoudig 0,36 en geconsolideerd 0,35 en ligt daarmee net op of boven de streefwaarde.
Door de Inspectie van het Onderwijs wordt een signaleringswaarde van 0,30 gehanteerd voor de solvabiliteit 2. De solvabiliteit 2 ligt enkelvoudig en geconsolideerd boven deze signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs.
Signaleringswaarde publiek eigen vermogen
De Inspectie van het Onderwijs ontwikkelde een signaleringswaarde publiek eigen vermogen. Hiermee is het mogelijk voor elke onderwijsinstelling een signaleringswaarde voor bovenmatig eigen vermogen te bepalen.
Het normatief publieke eigen vermogen wordt bepaald op basis van de formule (0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27) + boekwaarde resterende materiële vaste activa + (omvangafhankelijke rekenfactor x totale baten), waarbij de UT dient te rekenen met een omvangafhankelijke rekenfactor van 0,05.
Het voor de UT berekende normatief publiek eigen vermogen komt voor het jaar 2025 op een bedrag van M€ 460,3 uit. Het daadwerkelijk publiek eigen vermogen van de UT bedraagt per eind 2025 M€ 152,4. Dit betekent dat er voor de UT geen sprake is van bovenmatig eigen vermogen.
Liquiditeit
Door de Inspectie van het Onderwijs wordt voor analysedoeleinden van de liquiditeitsratio’s een signaleringswaarde aangehouden van 0,50. De UT hanteert een bandbreedte van 0,50 tot 1,50 in combinatie met een streefwaarde van 1,00. Enkelvoudig komen de current ratio en quick ratio eind 2025 uit op 0,82, hetgeen een flinke stijging is ten opzichte van eind 2024 (0,71). Deze stijging doet zich ook voor bij de geconsolideerde liquiditeitsratio’s. Zowel de current ratio als de quick ratio komt eind 2025 uit op 0,88 ten opzichte van 0,77 eind 2024.
Beide liquiditeitsratio’s komen hiermee zowel enkelvoudig als geconsolideerd ruim boven de signaleringswaarde van de inspectie uit.
Als ondergrens voor het saldo liquide middelen hanteert de UT een bedrag van minimaal M€ 25 waar de Inspectie van het Onderwijs een signaleringswaarde van M€ 2 hanteert. In de enkelvoudige balans blijft de UT met een saldo liquide middelen van M€ 177,5 (ultimo 2024: M€ 134,1) ruim boven zowel de signaleringswaarde van de inspectie als de door de UT gehanteerde liquiditeitsgrens.
Huisvestingsratio
Voor de verhouding tussen huisvestingslasten inclusief afschrijving gebouwen en terreinen en de totale lasten hanteert de UT een eigen streefwaarde van maximaal 0,12. Met een enkelvoudige realisatie van 0,09 voldoet de UT eind 2025 aan dit uitgangspunt (eind 2024 0,10).
Weerstandsvermogen
Het enkelvoudig weerstandsvermogen van de UT is in 2025 gestegen naar 0,34 (2024: 0,30). De UT beoordeelt dit kengetal in relatie tot een streefwaarde van 0,05.
Rentabiliteit
Voor de rentabiliteit hanteert de UT een meerjaren streefwaarde. Over één jaar mag deze op minimaal - 10% uitkomen, mits deze over twee jaar op - 5% uit komt en over drie jaar op 0%.
Enkelvoudig komt de rentabiliteit in 2025 uit op 4,97%. Over 2024 bedroeg de rentabiliteit enkelvoudig – 0,58% en over 2023 – 2,74%. Hiermee is meerjarig voldaan aan de streefwaarde.
Voornoemde kengetallen spelen een belangrijke rol in de beoordeling van de financiële continuïteit van de UT. De solvabiliteit 2, de current ratio, de quick ratio en het saldo liquide middelen komen allen uit boven de signaleringswaardes van de Inspectie van het Onderwijs en binnen de intern gestelde bandbreedtes van de UT.
Financiering vastgoed/Treasury statuut
De UT heeft voor de financiering van het vastgoed een financieringsovereenkomst met het ministerie van Financiën afgesloten. De faciliteit bestaat oorspronkelijk uit een 30-jarige lening ter hoogte van M€ 150 en een rekening-courant krediet ter hoogte van M€ 21. Het restant van de hoofdsom van de lening, opgenomen in drie tranches, bedroeg ultimo 2025 M€ 76,1 waarvan M€ 5,3 een aflossing binnen 1 jaar betreft en als kortlopende schuld in de balans gepresenteerd is. Twee tranches van de financieringsovereenkomst hebben een einddatum van 03-01-2039, de derde tranche heeft een einddatum van 02-01-2041.
Het totaal van het krediet bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt per jaareinde 2025 M€ 1,4 (2024 M€ 1,6), waarvan M€ 0,2 als kortlopende schuld in de balans gepresenteerd is.
|
Opgenomen leningen kredietinstellingen per 31 december (M€) - geconsolideerd totaal lang- en kortlopend |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Ministerie van Financiën |
76,1 |
81,4 |
|
Bank Nederlandse Gemeenten |
1,4 |
1,6 |
|
Totaal leningen kredietinstellingen |
77,5 |
83,0 |
Beleid en uitvoering
De randvoorwaarden voor het beleid en de processen van sturen, beheersen en bewaken van de financiële positie en geldstromen van de UT zijn vastgelegd in een treasury statuut, welke door het College van Bestuur is vastgesteld en door de Raad van Toezicht is goedgekeurd. Dit statuut is in overeenstemming met de 'Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016'.
De UT hanteert in haar treasury statuut een tweetal normen teneinde de renterisico’s te kunnen beheersen. Hiermee wordt voorkomen dat er zowel op korte termijn als op lange termijn (te) grote fluctuaties in de rentelasten zullen ontstaan. Voorts is een kasgeldlimiet bepaald welke wordt gehanteerd voor het sturen, beheersen en bewaken van de korte termijn risicopositie en is een renterisiconorm bepaald welke wordt gehanteerd voor de lange termijn risicopositie.
Kasgeldlimiet 2025
De kasgeldlimiet is een sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte termijn schuld met een rentetypische looptijd korter dan een jaar. Als grondslag van de toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari aangehouden. De omvang van de kasgeldlimiet is in het treasury statuut van de UT bepaald op 20%. Dit percentage is ontleend aan de wet financiering decentrale overheden. Ten slotte wordt het berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de toegestane omvang, is er sprake van ruimte. Indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding.
De vlottende kort gefinancierde schuld is in 2025 als volgt bepaald:
|
Kortlopende variabel rentende leningen 2025 (M€) - Enkelvoudig |
Stand ultimo |
||||
|---|---|---|---|---|---|
|
Q1-2025 |
Q2-2025 |
Q3-2025 |
Q4-2025 |
||
|
MinFin - variabel 3 maands Euribor |
a |
||||
|
Swaps |
b |
||||
|
Vlottende kort gefinancierde schuld |
c=a-b |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Kasgeldlimiet 2025 (M€) |
|||||
|
Omvang begroting 2025 |
d |
514,9 |
514,9 |
514,9 |
514,9 |
|
Toegestane kasgeldlimiet: % grondslag |
e |
20% |
20% |
20% |
20% |
|
Toegestane kasgeldlimiet: bedrag |
f=d*e |
103 |
103 |
103 |
103 |
|
Vlottende kort gefinancierde schuld |
c |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Tegoeden in rekening courant |
g |
142 |
162 |
176 |
178 |
|
Overige uitstaande middelen |
h |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totale netto vlottende schuld |
i=c-g-h |
-142 |
-162 |
-176 |
-178 |
|
Toegestane kasgeldlimiet |
f |
103 |
103 |
103 |
103 |
|
Ruimte |
j=f-i |
244 |
265 |
279 |
280 |
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de UT binnen de toegestane kasgeldlimiet blijft.
Renterisiconorm 2025
De renterisiconorm heeft als doel het renterisico op de vaste schuld te beperken. Door middel van deze norm wordt een kader gesteld, waarmee een zodanige opbouw van de langlopende leningen wordt bereikt dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. In het treasury statuut van de UT is het percentage dat jaarlijks maximaal mag worden geherfinancierd c.q. waarvan de rente mag worden aangepast vastgesteld op 20%.
|
Renterisico op de vaste schuld (M€) - Enkelvoudig |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
|
Renteherziening op vaste schuld o/g |
a |
45,0 |
||||
|
Renteherziening op vaste schuld u/g |
b |
|||||
|
Renteherziening op vaste schuld |
c=a-b |
0,0 |
45,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Nieuw aangetrokken schuld |
d |
|||||
|
Nieuw uitgezette lange leningen |
e |
|||||
|
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld |
f=d-e |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Betaalde aflossingen |
g |
5,3 |
5,3 |
5,3 |
5,3 |
5,3 |
|
Herfinanciering |
h=laagste f/g |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Renterisico op de vaste schuld |
i=c+h |
0,0 |
45,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Vaste schuld per 1 januari |
j |
86,7 |
81,4 |
76,1 |
70,9 |
65,6 |
|
Vastgesteld % |
k |
20% |
20% |
20% |
20% |
20% |
|
Renterisiconorm |
l=j*k |
17,3 |
16,3 |
15,2 |
14,2 |
13,1 |
|
Renterisico op de vaste schuld |
m=i |
0,0 |
45,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Ruimte |
n=l-m |
17,3 |
-28,7 |
15,2 |
14,2 |
13,1 |
De berekende renterisiconorm en ruimte zijn een afgeleide van de vaste schuld per 1 januari. Uit bovenstaande opstelling blijkt dat voor 2025 een negatieve ruimte was voorzien. Deze verwachte negatieve ruimte is het gevolg van het feit dat van één leningsdeel op 2 januari 2025 de rente is herzien. De rente van dit leningsdeel is op 2 januari 2025 gefixeerd tot einde looptijd van de lening, hetgeen eerder ook voor de beide andere leningsdelen is gedaan. Hiermee is de rente van de volledige vaste schuld nu gefixeerd tot einde looptijd en loopt de universiteit hier geen renterisico's meer over.
In de andere gepresenteerde jaren wordt voldaan aan de vastgestelde renterisiconorm, waarbij er geen renterisico geïdentificeerd is.